Modernisering Participatiefonds

29-mrt-2018

In de bestuursvergadering van 12 maart jl. is het advies van sociale partners binnen het primair onderwijs over de modernisering van het Participatiefonds door het bestuur overgenomen.

Waarom moderniseren?

De modernisering van het Participatiefonds is om diverse redenen ingezet: noodzakelijk vanwege wijzigende wet- en regelgeving, om beter in te kunnen spelen op de veranderende arbeidsmarkt en rekening houdend met wensen vanuit de politiek. Daarnaast wordt de dienstverlening naar schoolbesturen efficiënter en effectiever ingericht met een nieuwe wijze van verevening en scherpere financiële prikkels. 

Ten gevolge van de inwerkingtreding van de Wet werk en zekerheid, met ingang van 1 januari 2020 voor alle schoolbesturen, gaan de ontslagroutes voor het primair onderwijs anders lopen. Voor het bijzonder onderwijs is al een tijdelijke voorziening in het reglement opgenomen maar met ingang van 1 januari 2020 zal het reglement hier structureel op aangepast dienen te worden. Dit noodzakelijk onderhoud biedt ons gelijk een mooie kans het reglement sterk te vereenvoudigen en daarmee onze dienstverlening aan u te verbeteren. In het kader van het verbeteren van onze dienstverlening en het verhogen van de effectiviteit ervan heeft het bestuur van het Participatiefonds de wens geuit om bij het bestrijden van werkloosheid meer aandacht te hebben voor de preventie ervan en bij de re-integratiebegeleiding van werkloos geworden onderwijspersoneel nog meer individueel maatwerk te bieden. Instroom in de ww dient immers zoveel mogelijk voorkomen te worden, zeker in deze tijden waarin er een tekort aan leerkrachten is.

Deze gewenste verbeteringen sluiten volledig aan bij de wens van het kabinet het systeem grondig te moderniseren. In januari 2016 heeft het kabinet de Tweede Kamer schriftelijk laten weten dat het gewenste uitgangspunt bij deze modernisering was: “te komen tot een vereenvoudigd en administratief minder belastend systeem voor de verevening van risico’s van werkloosheidsuitgaven”, en “in dit systeem moet sprake zijn van voldoende prikkelwerking om werkloosheid te voorkomen c.q. te bekorten”. Verder moeten in het systeem “de risico’s evenwichtig verdeeld worden tussen het collectief van schoolbesturen en de individuele besturen waar de uitkeringen zich voordoen ”. Om hiertoe te komen heeft de toenmalige staatssecretaris sociale partners in het primair onderwijs verzocht hierop een gedeelde visie te formuleren en het bestuur van het Participatiefonds tot inrichting hiervan te adviseren. In de bestuursvergadering van 12 maart jl. hebben sociale partners dit advies aan het bestuur uitgebracht, welk advies door het bestuur is overgenomen en aan de hand waarvan de nadere uitwerking zal plaatsvinden.

 

Advies sociale partners aan het bestuur van het Participatiefonds

Het advies is gestoeld op de volgende uitgangspunten:

1. er moet ook in het nieuwe systeem een prikkel zitten voor het beheersen van de totale werkloosheidskosten van de sector;

2. het moet voorkomen worden dat schoolbesturen financieel in de problemen komen door hoge kosten van werkloosheidsuitkeringen;

3. voorkomen moet worden dat sprake is van anonieme afwenteling van de kosten door de individuele schoolbesturen op het collectief. Deze kosten worden immers door de totale sector opgebracht middels de premie;

4. het gemoderniseerde systeem moet voor schoolbesturen tot voorspelbare uitkomsten leiden, daarom dient het eenvoudig te begrijpen en makkelijk uitvoerbaar te zijn.

Om dit te bereiken is aan het bestuur geadviseerd een nieuw en sterk vereenvoudigd reglement op te stellen waarbij de administratieve last van schoolbesturen tot een minimum beperkt dienen te worden. Dit reglement dient aan te sluiten bij de nieuwe ontslagsystematiek die met ingang van 1 januari 2020 voor het gehele scholenveld zal gaan gelden.

Daarnaast is geadviseerd om schoolbesturen in de basis de helft van de werkloosheidskosten die ontstaan uit een ontslag zelf te laten betalen. De andere helft zal door het collectief worden betaald. Als een ontslag in specifieke situaties als onvermijdbaar wordt beoordeeld en de werkgever voldoende inspanning heeft geleverd het dreigende ontslag te voorkomen, hoeft de werkgever maar 10% van de werkloosheidskosten te betalen. Dit betekent dat er daarom in alle gevallen een eigen risico van 10% zal gaan gelden.

Tot slot is geadviseerd het proces met betrekking tot het indienen van vergoedingsverzoeken en de vergoeding van de kosten volledig nieuw in te richten. Verrekening van werkloosheidskosten, als gevolg van een negatief getoetst vergoedingsverzoek, via de lumpsum zal verleden tijd gaan worden. In het nieuwe systeem zullen schoolbesturen rechtstreeks gefactureerd worden.

Detailuitwerking en benodigde voorbereidingen

Bovenstaande wijzigingen worden de komende periode – in nauw overleg met het ministerie van OCW -  in detail uitgewerkt met als streven dat het gemoderniseerde Participatiefonds in 2020 gestalte heeft gekregen. Het digitale werkgeversportaal en de onderliggende ict-infrastructuur waarbinnen een schoolbestuur een vergoedingsverzoek in kan dienen, dient bovendien opnieuw ingericht te worden. Van de voortgang van de modernisering zullen wij u met regelmaat op de hoogte houden via onze website en onze nieuwsbrief waarvoor u zich kunt aanmelden via de website.