Ontstaan uitkeringsrecht wegens urenverlies gedurende looptijd bindingscontract of bindingsaanstelling

10-jul-2017

Per 1 augustus 2016 zijn de nieuwe contractvormen uit de cao PO 2016-2017 verwerkt in het Reglement Participatiefonds. Vanuit het onderwijsveld is een vraag binnengekomen over één van deze artikelen, namelijk artikel 4:64 en dan meer specifiek over de bindingscontracten:

‘Moet op dit artikel worden gemeld indien er gedurende de looptijd van een bindingscontract een uitkeringsrecht ontstaat wegens urenverlies?’

Deze vraag werd met name gesteld in het licht bezien van de voorwaarden die gelden bij artikel 4:64, in het bijzonder de voorwaarde ‘aanbod ondersteuning extern’. Er werd gevreesd dat in dit soort situaties een vergoedingsverzoek moest worden ingediend inclusief bijbehorend aanbod ondersteuning extern. Dat zou betekenen dat een werkgever mogelijk meerdere keren gedurende de looptijd van het bindingscontract kosten zou moeten maken in verband met deze voorwaarde.

Het antwoord op de bovengenoemde vraag luidt ontkennend. Alleen bij de beëindiging van het bindingscontract zelf kan er op grond van artikel 4:64 een vergoedingsverzoek bij het Participatiefonds worden ingediend.

Mocht er sprake zijn van het ontstaan van een uitkering wegens urenverlies gedurende de looptijd van een bindingscontract, dan kan een vergoedingsverzoek worden ingediend op grond van één van de artikelen 4:27 tot en met 4:36 voor het bijzonder onderwijs en artikel 5:29 tot het met 5:38 voor het openbaar onderwijs. Dit is echter niet verplicht. In het geval er een uitkeringsrecht is ontstaan waarvoor nog geen vergoedingsverzoek is ingediend, dan appelleert het Participatiefonds na verloop van tijd de betreffende werkgever en biedt het deze werkgever alsnog de gelegenheid om een vergoedingsverzoek in te dienen.