Rddf-ontslagen in relatie tot reglement Pf

21-sep-2018

In de CAO PO 2016-2017 is voor het bijzonder onderwijs de plaatsing in het risicodragend deel van de formatie (rddf)  met een half jaar vervroegd naar 1 februari. Voor de beëindiging van een dienstverband vanuit het rddf zijn in het Reglement Participatiefonds de artikelen 4:38 (voor wederzijds goedvinden) en 4:45 (voor ontslag) opgenomen.

Door de vervroeging van de rddf-plaatsing kan de bekostigingsvergelijking voor deze artikelen niet meer plaatsvinden. Voor deze vergelijking wordt namelijk gebruik gemaakt van het Overzicht financiële beschikkingen, dat jaarlijks rond maart / april – dus na de ontslagdatum van 1 februari –  naar alle schoolbesturen wordt verzonden.

Het Participatiefonds heeft gezocht naar mogelijke oplossingen / alternatieven voor dit probleem. Voor zowel een rddf-ontslag als een beëindiging met wederzijds goedvinden is een oplossing gevonden, deze worden beiden hieronder kort toegelicht.

Rddf-ontslagen
Voor wat betreft de rddf-ontslagen (artikel 4:45), voorziet het Reglement Participatiefonds reeds in een oplossing, namelijk de vrijstellingsregeling van artikel 3:3, derde lid e.v. Deze vrijstelling kan worden verkregen, indien het schoolbestuur een ontslagvergunning van het UWV heeft ontvangen en aan het Pf heeft overgelegd. Er volgt dan een vrijstelling van alle voorwaarden van artikel 4:45, met uitzondering van de externe ondersteuning. De bekostigingsvergelijking hoeft dan dus niet meer plaats te vinden.

Beëindiging met wederzijds goedvinden
Indien een dienstverband van een werknemer, wiens functie in het rddf is geplaatst, met wederzijds goedvinden wordt beëindigd, dan moet de werkgever in beginsel een vergoedingsverzoek indienen op artikel 4:38. Omdat bij wederzijds goedvinden echter geen UWV-ontslagvergunning aan de orde is, komt de werkgever ook niet in aanmerking voor de hierboven genoemde vrijstellingsregeling. Het probleem met de bekostigingsvergelijking blijft hier dus bestaan.

Om dit op te lossen, heeft het bestuur van het Participatiefonds besloten dat er in deze situaties ook gebruik kan worden gemaakt van artikel 4:7 (gewichtige omstandigheden). Het vergoedingsverzoek zal dan worden getoetst aan de voorwaarden van dit artikel:

  • Meedelen reden beëindiging van het dienstverband (de gewichtige omstandigheid) aan werknemer;
  • Inspanning behoud werknemer voor eigen functie;
  • Inspanning werknemer voor eigen organisatie;
  • Ondersteuning werknemer bij verwerven werkkring buiten eigen organisatie.