Wijziging Reglement Participatiefonds 2018-2019 naar aanleiding van de CAO PO 2018-2019

21-sep-2018

Op 19 juli 2018 is de CAO PO 2018-2019 in werking getreden. In deze cao zijn enkele wijzigingen doorgevoerd, die van invloed zijn op het Reglement Participatiefonds. Dit heeft met name betrekking op de min-max-contracten en bindingscontracten. Daarom wordt het reglement met terugwerkende kracht tot 1 augustus 2018 gewijzigd in lijn met de gewijzigde cao. Hieronder volgt een korte toelichting.

Min-max-contracten
In de wet bestaat al een mogelijkheid om min-max-contracten aan te gaan. In de vorige CAO PO (2016-2017) zijn voor min-max-contracten extra voorwaarden opgenomen, waardoor deze voor het primair onderwijs alleen nog voor vervanging konden worden aangegaan. In de CAO PO 2018-2019 zijn de bepalingen over de min-max-contracten inmiddels komen te vervallen. Dit betekent dat min-max-contracten die zijn aangegaan op of na 19 juli 2018 zowel voor vervanging als voor reguliere werkzaamheden kunnen worden gebruikt.

In het Reglement Participatiefonds is in 2016 specifiek voor min-max-contracten voor vervanging een apart artikel in het leven geroepen, te weten artikel 4:64. Aangezien min-max contracten door de wijziging in de cao niet meer alleen voor vervanging kunnen worden gesloten, wordt het reglement daar ook op aangepast.

Voor de min-max-contracten die zijn aangegaan onder de CAO PO 2016-2017, kan nog steeds een vergoedingsverzoek worden ingediend op artikel 4:64. Voor de min-max-contracten die zijn aangegaan op of na 19 juli 2018, kan geen vergoedingsverzoek meer worden ingediend op artikel 4:64. In plaats daarvan zal moeten worden gekeken naar de voorwaarden die gelden voor reguliere contracten.

Het Reglement Participatiefonds is hierop aangepast in die zin, dat in artikel 4:64 van het Reglement voor de min-max-contracten wordt verwezen naar de CAO PO 2016-2017.

Voor het openbaar onderwijs blijft de min-max-aanstelling bestaan. Hiervoor kan dus nog een vergoedingsverzoek op artikel 5:67 worden ingediend.

Bindingscontracten
In zowel de CAO PO 2016-2017 als CAO PO 2018-2019 is bepaald, dat bindingscontracten en -aanstellingen tot 30 september 2017 konden worden aangegaan. Omdat bindingscontracten alleen tijdelijk en voor maximaal één jaar konden worden aangegaan, betekent dit dat na 30 september 2018 er in het primair onderwijs geen bindingscontracten meer voorkomen.

Ook hier geldt dat artikel 4:64 speciaal voor bindingscontracten en artikel 5:67 voor bindingsaanstellingen in het leven zijn geroepen. Het Reglement Participatiefonds is hierop aangepast door in beide artikelen te verwijzen naar de CAO PO 2016-2017 (immers, bindingscontracten konden alleen onder deze cao worden aangegaan).

Tenslotte stond in artikel 4:25 nog een verwijzing naar artikel 3.2 van de CAO PO 2016-2017. Omdat dit artikel in de CAO PO 2018-2019 is komen te vervallen, is deze verwijzing uit artikel 4:25 verwijderd.

Volledigheidshalve staan hieronder de aangepaste artikelen vermeld. Deze zullen binnenkort in de Staatscourant worden gepubliceerd en in het Reglement Participatiefonds 2018-2019 worden opgenomen.

Artikel 4:25
Grondslag vergoedingsverzoek: niet voortzetten van tijdelijk dienstverband vanwege ontbreken onderwijsbevoegdheid dan wel het verzet van een wettelijke bepaling

Als het tijdelijk dienstverband na het verstrijken van het tijdvak waarvoor het is aangegaan niet wordt voortgezet omdat de werknemer niet de bij wet voorgeschreven onderwijsbevoegdheid bezit of indien enige overige wettelijke bepaling zich tegen de voortzetting van het dienstverband verzet.
(…)

Artikel 4:64
Grondslag vergoedingsverzoek: niet voortzetten tijdelijk dienstverband ten behoeve van vervanging als in Bijlage IA.1, onder b, Bijlage IA.2 en Bijlage IA.3 van de CAO PO 2016-2017

Indien er sprake is van het niet voortzetten van een dienstverband van een personeelslid, dat werkzaam is op basis van een tijdelijk dienstverband als bedoeld in Bijlage IA.1, onder b, Bijlage IA.2 en Bijlage IA.3 van de CAO PO 2016-2017, dan komt de werkgever voor toewijzing van het vergoedingsverzoek in aanmerking indien de werkgever aan de voorwaarden genoemd in artikel 4:64:1 tot en met 4:64:3 heeft voldaan en de in dit artikel genoemde documenten heeft overgelegd.
(…)

Artikel 5:67
Grondslag vergoedingsverzoek: niet voortzetten tijdelijk dienstverband ten behoeve van vervanging als bedoeld in Bijlage IB.1, onder b, Bijlage IB.2 en Bijlage IB.3 CAO PO 2016-2017

Indien er sprake is van het niet voortzetten van een dienstverband van een personeelslid, dat werkzaam is op basis van een tijdelijk dienstverband als bedoeld in Bijlage IB.1, onder b, Bijlage IB.2 en Bijlage IB.3 van de CAO PO 2016-2017, dan komt de werkgever voor toewijzing van het vergoedingsverzoek in aanmerking indien de werkgever aan de voorwaarden genoemd in artikel 5:67:1 tot en met 5:67:3 heeft voldaan en de in dit artikel genoemde documenten heeft overgelegd.
(…)