Passend Onderwijs

Vanaf 2014 is er een nieuw stelsel voor passend onderwijs. Dit verplicht scholen een passende onderwijsplek te bieden aan leerlingen die extra ondersteuning nodig hebben. De invoering van het stelsel heeft gevolgen voor een aantal groepen personeel.

Invoering nieuw stelsel passend onderwijs

Met de invoering van passend onderwijs worden de samenwerkingsverbanden Weer Samen Naar School opgeheven en vindt een verschuiving plaats van de middelen van het (voortgezet) speciaal onderwijs naar de nieuwe samenwerkingsverbanden in het kader van passend onderwijs. Hierdoor dreigt een verlies van werkgelegenheid voor een aantal groepen personeel, waaronder ambulant begeleiders.

In december 2012 hebben de PO-Raad, VO-raad (werkgevers) AOb, CNV Onderwijs, AVS, CMHF (werknemers) en de staatssecretaris van OCW een tripartiete overeenkomst gesloten over de opvang van de personele gevolgen van de invoering van passend onderwijs.

Het doel van die overeenkomst is om zo veel mogelijk expertise voor het onderwijs te behouden.

De grootste verandering ten opzichte van eerdere afspraken is dat de betrokken schoolbesturen in het samenwerkingsverband de gezamenlijke verantwoordelijkheid krijgen om verlies van expertise en werkgelegenheid te voorkomen. Ook nieuw is dat ze in het ondersteuningsplan dienen vast te leggen hoe ze dit gaan realiseren.

Van de betrokken werknemers wordt verwacht dat zij zich actief inzetten om aan het werk te blijven. Zij worden verplicht zich, indien nodig, bij of om te scholen en passend werk te accepteren. De werkgevers moeten hen daarvoor de mogelijkheid bieden.

Het Ministerie van OCW heeft een website waar alle informatie over passend onderwijs gebundeld is.

Monitoring gevolgen personeel

Aan het Participatiefonds is gevraagd om het verloop van het betrokken personeel in beeld te brengen en de komende jaren te monitoren. Het Participatiefonds heeft hiervoor in het voorjaar van 2013 een nulmeting gedaan. De respons was echter te laag waardoor de gegevens geen betrouwbaar beeld gaven.

Vervolgens is naar alternatieven gekeken om de landelijke gevolgen van het akkoord te monitoren. Gekozen is om kwantitatieve en kwalitatieve data te gebruiken als basis voor een tussenrapportage.

Het Participatiefonds rapporteert de kwantitatieve uitstroom van personeel. De rapportage is gespecificeerd naar regio en leeftijd. De cijfers zijn indicatief aangezien het lastig is om een zuiver beeld te krijgen van de gevolgen van passend onderwijs alleen. Ook door andere oorzaken zoals leerlingendaling kan de werkgelegenheid immers dalen.

Daarnaast worden de reacties over passend onderwijs gebundeld die vakbonden, de PO- en VO-raad en OCW ontvangen van schoolbesturen. Op basis van deze kwantitatieve en kwalitatieve data is de tussenrapportage landelijke begeleidingscommissie personele gevolgen passend onderwijs tot stand gekomen.

Download