Reglement Participatiefonds voor primair onderwijs schooljaar 2014-2015

Het bestuur van het Participatiefonds heeft het reglement voor het schooljaar 2014-2015 vastgesteld. De belangrijkste wijzigingen zijn:

1. De verwerking in het reglement van de personele gevolgen passend onderwijs

  • Er is een apart artikel opgenomen voor het indienen van vergoedingsverzoeken voor dienstverbanden die conform een sociaal plan zijn beëindigd.
  • Maar ook zonder sociaal plan kan een werkgever met ontslagbeleid een vergoedingsverzoek in het kader van passend onderwijs indienen. De werkgever moet dan aantonen dat als gevolg van het verleggen van geldstromen de middelen zijn gedaald. Bovendien is een voorwaarde dat de werkgever aantoonbaar ( volgens de strekking van de ‘tripartiete overeenkomst personele gevolgen passend onderwijs’) over de personele gevolgen open en reëel overleg hebben gevoerd met het samenwerkingsverband, de betrokken besturen en de vakorganisaties.
  • Artikel 3.22 vermeldt dat bovenstaande bepalingen ook gelden voor werkgevers die participeren in een samenwerkingsverband. Als er geen sociaal plan is en er evenmin overleg over de personele gevolgen is gevoerd, dan verhaalt het Participatiefonds de kosten van werkloosheidsuitkeringen op alle werkgevers van het betreffende samenwerkingsverband op grond van artikel 184, zesde lid, van de WPO.
  • Het kan zijn dat een werkgever door krimp genoodzaakt is geweest om per 1 augustus 2014 afscheid te nemen van personeelsleden. Het is dan mogelijk om rddf-ers wegens krimp te ontslaan en tegelijkertijd personeel t.b.v. de zorg in dienst te nemen. Als een werkgever van mening is dat het anders onmogelijk wordt om het gevraagde onderwijs te verzorgen of de verlangde taken uit te voeren dan kan een werkgever voor personeel dat ontslagen wordt, een vergoedingsverzoek in te dienen op grond van ‘gewichtige omstandigheden, namelijk kwalitatieve fricties’. Het reglement kent deze mogelijkheid nu al. Maar vanwege duidelijkheid is er voor gekozen om een apart artikel “gewichtige omstandigheden, te weten kwalitatieve fricties in het kader van passend onderwijs” op te nemen.

2. Subsidie sectorplan

Werkgevers die samenwerken in een regionaal transfercentra die, zoals bedoeld in het Sectorplan PO, zich inzetten en een financiële bijdrage leveren om werkloosheid van hun personeel te voorkomen, betalen even veel premie aan het Participatiefonds als werkgever als werkgevers die niet op deze manier samen werken. Daarom kunnen deze samenwerkende besturen een beroep op eenmalige restitutie van de premie voor het Participatiefonds. Voorwaarde is dat het transfercentrum operationeel is en de daarin samenwerkende besturen gezamenlijk een vervangingspool hebben opgericht als bedoeld in het Reglement Vervangingsfonds. Zie www.vervangingsfonds.nl.

3. Regeling ‘bijzondere bekostiging jonge leerkrachten’

Een werkgevers met ontslagbeleid die zich door daling van de personele bekostiging genoodzaakt ziet om personeel te ontslaan, kan, als hij de uitkeringskosten ten laste van het Participatiefonds wil brengen, een vergoedingsverzoek indienen op grond van een van de artikelen ‘formatieve beëindigingsgronden’. Daarbij moet een vergelijking van de rijksbekostiging personeel en financiële bijdragen van derden worden overgelegd waaruit daling van de personele bekostiging tussen het ene schooljaar en het daarop volgende schooljaar blijkt. Meldingen bij het Participatiefonds kunnen resulteren in een positieve beschikking voor zo ver het bedrag van de salariskosten (inclusief werkgeverslasten) van het ontslagen personeel gelijk aan of kleiner is dan het bedrag van die daling.

In het najaar is het begrotingsakkoord 2014 (herfstakkoord) afgesloten. Vanuit het begrotingsakkoord heeft het primair onderwijs in december 2013 extra middelen ontvangen op basis van de volgende regelingen:

  • regeling ‘bijzondere bekostiging jonge leerkrachten’
  • regeling ‘bijzondere en aanvullende bekostiging’

Besturen ontvangen de middelen die gemoeid zijn met de regeling ‘bijzondere bekostiging jonge leerkrachten’ voor het schooljaar 2013–2014. Deze middelen maken deel uit van de bekostigingsvergelijking per 1 augustus 2014.

De regeling ‘bijzondere en aanvullende bekostiging’ loopt van 1 januari 2013 tot 31 december 2013. Deze middelen worden niet meegenomen in de bekostigingsvergelijking per 1 augustus 2014.

Reglement en toelichting

Modelverklaringen

Rekenhulp