Vul uw e-mailadres in om in te loggen.

Veelgestelde vragen

Onderstaand een overzicht van veelgestelde vragen met betrekking tot het indienen van een vergoedingsverzoek.

Landelijke subsidie t.o.v. niet-landelijke subsidie

Van een landelijke subsidie is sprake indien ieder bevoegd gezag in het primair onderwijs in principe voor deze subsidie in aanmerking komt. Deze subsidie wordt beschikbaar gesteld door de landelijke overheid. De beëindiging van deze subsidie kan gemeld worden op artikel 4:50 of 4:51 voor het bijzonder onderwijs of op artikel 5:52 of 5:59 voor het openbaar onderwijs.

Is er sprake van een niet landelijke subsidie of een subsidie van derden dan zijn deze subsidies beschikbaar gesteld door de gemeente of op ander regionaal niveau. In dit geval komen niet alle bevoegde gezagsorganen voor de subsidie in aanmerking. De beëindiging van deze subsidie wordt gezien als een formatieve beëindiging waarvoor de reguliere formatieve toets geldt. 

Onderscheid tussen verschillende contractvormen voor vervanging

Vanuit het onderwijsveld heeft het Participatiefonds vragen ontvangen wat het verschil is tussen een werknemer die werkzaam is vanuit een vervangingspool en een werknemer met een vervangingscontract. Dit verschil is namelijk van belang voor de vraag op welk artikel er een vergoedingsverzoek moet worden ingediend bij de beëindiging van het dienstverband. Hieronder wordt dit verschil nader toegelicht en aangegeven op welke artikelen een vergoedingsverzoek kan worden gemeld. Daarbij wordt een onderscheid gemaakt tussen een regulier dienstverband, een dienstverband voor vervanging en de nieuwe contractvormen die per 1 juli 2016 aan de cao PO zijn toegevoegd.

Heeft een personeelslid een aanstelling of benoeming voor het vervangen van één afwezige, dan kan na het aflopen van dit dienstverband een vergoedingsverzoek worden ingediend op één van de artikelen 4:27 t/m 4:36 (voor bijzonder onderwijs) of 5:29 t/m 5:39 (voor openbaar onderwijs).

Wanneer een werknemer echter is geplaatst in een vervangingspool, dan heeft deze werknemer een regulier dienstverband (dus geen dienstverband voor vervanging). Vanuit dit reguliere dienstverband houdt de werknemer zich bezig met vervanging indien nodig. Na afloop van de vervanging loopt het dienstverband in beginsel gewoon door voor de duur waarvoor het is aangegaan. Aan de beëindiging van dit dienstverband moet dan ook een persoonsgebonden of formatieve reden ten grondslag liggen. Er kan dus niet een vergoedingsverzoek worden ingediend op grond van één van de bovengenoemde vervangingsartikelen.

Vervolgens zijn er nog de nieuwe contractvormen die per 1 juli 2016 aan de cao PO zijn toegevoegd. Dit zijn het min-max-contract, het contract ten behoeve van vervanging van één of meerdere afwezigen en het bindingscontract. Voor deze contractvormen zijn in het Reglement Pf aparte artikelen opgenomen; artikel 4:64 (voor het bijzonder onderwijs) en artikel 5:67 (voor het openbaar onderwijs). Belangrijk om te weten is dat het hier niet uitmaakt om welke reden deze dienstverbanden worden beëindigd.